Richard Delameillieure

Als ik kind was, kwam Richard (1 maart 1893 – 15 februari 1973) met zijn dik lui paardje de zaterdag met vers brood.  En we aten dan als dijkdelvers.

We gingen ook wel eens, maar niet vaak, naar zijn winkeltje in de toen nog zo geheten “Torreststraat”.

Hij speelde met de duiven en slaagde er na veel jaren in een blauwe kampioen te kweken en zeer goed te spelen op Dourdan (hij geraakte aan ras door een Roeselaarse handelsreiziger).

Veel jaren onderhielden we goede betrekkingen met hem.  Hij had wel een beetje een minderwaardigheidsgevoel (als “veldknapper”) en zijn vrouw was mensenschuw.  Maar hij was zeer slim.  En in de wijk “Het veld” was hij een leidende figuur.  Hij zamelde jaarlijks de pachtgelden in op het veld en bracht ze naar de grondeigenaar in Brugge.  Zo kon hij ook soms bemiddelen bij de toekenning van een nieuwe pacht.

Elke zaterdagavond was er kaartavond in zijn huis en er werd gekaart voor taarten en gepraat over de duiven.  Hij had één groot verdriet: zijn oudste zoon Aloïs was minus-habens en is betrekkelijk jong op een nacht gestorven.

Richard had mooie spreuken, o.a. “ge kunt alleen goeie duiven hebben van het ras Pikaart” (= gepakte).

Ik heb hem de laatste jaren van zijn leven regelmatig bezocht.  Toch heb ik nooit echt zijn vertrouwen gewonnen: hij dacht altijd dat ik met bijbedoelingen bij hem op bezoek kwam: het traditionele wantrouwen tegen het dorp.

De wind en de sneeuw hadden vrij spel op zijn duivenhok; het vroor er zoals buiten.  Toch kweekte hij ’s winters mooie jongen.  Hij vertelde niets over de moor die steeds achteraan op de Leuvense stoofbuis  stond met lauw water.  Aan het hok kuisen had hij een broertje dood, net als zijn broer Jules Delameillieure.  De laatste keer dat ik op bezoek ging, lag hij te bed op de “volte”.  Hij antwoordde rustig op mijn vragen en als ik beloofde nog eens gauw terug te komen, zie hij: “ge moogt dat niet laten”.  Een paar dagen later is hij gestorven en niemand liet het ons weten.

Vandaag, 1 augustus 2003, is zijn zoon Boudewijn, die hem opvolgde als bakker, begraven.

Geef een antwoord