Pieter Claerbout

Pieter Claerbout (20 november 1903 – 9 februari 1974) was een markante figuur.  Hij kon hartelijk praten met alle mensen, zijn winkel op de hoek van de Neerstraat en de Astridlaan floreerde.  Hij wijsgerig, zeer christelijk en Vlaamsgezind.

Als de oorlog gedaan was, is er iets eigenaardigs gebeurd.  Op zekere avond kwam een bende mannen (van Torhout?) gewapend met staven om de winkelruiten in te slaan en de etalages te roven.  Ze stonden te wachten in de Torhoutstraat om hun slag te slaan, weerszijden op het voetpad, zwijgend – om de vijf meter een man.  We voelden dat aan als een dreiging.  We hoorden alleen maar zeggen: “Zijn ze nu nog niet begonnen?  Het duurt te lang!”.  Ze verdwenen weer in de nacht zonder hun plan uitgevoerd te hebben.  Ze moeten ergens verraden geweest zijn of geseind.

De echtgenote van Pieter, Irene, was een kordate vrouw.  Ze belde de Rijkswacht van Torhout op en er kwamen een paar gendarmen post vatten aan de ingangsdeur.  De dieven dropen af.  Ik weet niet of Pieter toen een tijdlang in ’t gevang van Sinte Kruis gezeten heeft, waar al de Vlaamsgezinden verzameld werden.

Op ’t einde van zijn leven sprak Pieter over niets anders dan over de wonderen die in de Katholieke kerk gebeurden: Lourdes, Fatima, Pater Pio, …  Hij leefde in een sfeer van euforie.  Hij is een tijdlang secretaris geweest van de Kerkfabriek.  Zijn zoon was mistevreden toen hij hem niet kon opvolgen.

Irene Dezutter (20 februari 1905 – 3 juli 1980) overleefde haar man 6 jaren en stierf bij haar jongste dochter in Deinze-Gottem.  Er blijft van haar de spreuk: “Pierre n’e ni tois”.

Geef een antwoord