In 2002 bestond het Davidsfonds Lichtervelde 75 jaar en de Heemkundige kring van Lichtervelde wijdde toen een artikel aan haar geschiedenis. Daarin wordt er over de eerste na-oorlogse jaren snel heen gestapt, meer dan “Na Désiré Delefortrie werd Karel Vangheluwe schrijver”, en “Het duurde tot december 1949 vooraleer het Davidsfonds weer teken van leven gaf” komt de lezer niet te weten. Maar het Davidsfonds startte wel degelijk terug op in 1944.

In mei 1946, na mijn soldatendienst, kon ik mijn interim als onderwijzer in Lichtervelde hernemen. Bij de aanvang van het nieuwe schooljaar vroeg de directeur, Guido Delefortrie, me of ik secretaris wilde worden van het Davidsfonds. Ik aanvaardde1.
’s Anderendaags ’s morgens in school kwam zijn broer Désiré mij proficiat wensen met de woorden: “We zullen nu eens zien wat gij er van terecht brengt”. Dat was een koude douche voor mij. Ik doorzag de plaatselijke situatie niet goed: het Davidsfonds en al wat vlaamsgezind was ging gebukt onder de repressie, die in Lichtervelde zeer scherpe vormen had aangenomen wegens de onthoofden in Wolfenbüttel2. Ik zag niet in dat de angst-psychose zo groot was.
Ik merkte snel dat ik voor alles (boekhouding, lidkaarten, …) alleen stond: Guido had mij alle papieren gegeven en gebaarde van niets meer. Ik kreeg een lijst met ±50 leden3 en moest de ronde doen voor bestelling van boeken voor 1947. Ik beging enkele flaters omdat ik de mensen niet kende. Voor de rest vernam ik niets van het Davidsfonds: geen bestuur, geen vergadering, niets. Dat bleef zo duren de volgende jaren, niettegenstaande ik aandrong bij Guido op een teken van leven. Mijn ledenlijst verviel tot 42; voor 1948 zelfs naar 34. Ik maakte er veel verdriet in.
Ten einde raad besloot ik tot een “coup de théatre”: na het werkjaar 48 zond ik mijn ontslagbrief naar Leuven en stortte de som die in kas was op de rekening van het hoofdbestuur. Ik kreeg een boze brief terug dat ik het recht niet had een vereniging te liquideren. Ik had echter terzelfdertijd een brief geschreven naar de provinciale secretaris Remi Braeckevelt van Wingene, waarin ik hem de toestand en mijn bedoeling haarfijn uitlegde. Ik had het altijd goed kunnen doen met Remi.

Resultaat: op 7 december 1949 werd een bestuursvergadering gehouden ten huize van E.H. Spruytte in de Zwevezelestraat. Ik ging er niet naar toe, hoewel men mij nog tijdens de vergadering tot tweemaal toe kwam vragen.
Dat werd de nieuwe start voor het Davidsfonds in Lichtervelde. Het nieuwe bestuur voerde een uitgekiende campagne. De repressieperiode was voorbij en met Michel Delameillieure als nieuwe secretaris haalden ze weer 75 leden.
Ik was er, verbitterd, niet meer bij. Enkele jaren later ben ik terug lid geworden, maar nooit meer dan gewoon lid.
∞∞∞∞∞∞∞∞
1Hoe zou ik weigeren? Onder invloed van mijn nonkels-oudstrijder was ik Vlaamsgezind en ik werd pas omstreeks midden september vast benoemd aan de gemeenteschool, na heel wat politieke heibel.
2Op 15 juni 1944 werden 13 Lichterveldse weerstanders in Wolfenbüttel onthoofd. Het nieuws bereikte Lichtervelde pas omstreeks mei 1945, net toen ik mijn legerdienst aanvatte.
3Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waren er 118 leden.